Column Anita Delfos Nieuws 

Muziek tips: noten lezen

In mijn lespraktijk kom ik het vaak tegen dat mensen er tegenop zien om noten te leren
lezen. Toch is dat niet nodig! Het principe van noten lezen is niet zo moeilijk als vaak
beweerd wordt. Je moet een paar dingen weten en dan is het een kwestie van oefenen. In
de column van vandaag, leg ik je de basis uit, en geef ik je nog een paar tips!

Noten namen

De noten zijn genoemd naar de eerste 7 letters van het alfabet: A, B, C, D, E, F, G
Natuurlijk zijn er veel meer dan 7 noten. Na de G begin je gewoon weer opnieuw met A.
Wanneer je op een piano of keyboard kijkt, zijn dit de witte toetsen. Ook zie je steeds
groepjes van 2 zwarte en 3 zwarte toetsen. De C zit links van de 2 zwarte toetsen. De witte
toetsen aan de rechterkant daarvan zijn respectievelijk de D, E, F, G, A, B en dan ben je weer
links naast de 2 zwarte toetsen en heb je de volgende C.
Afbeelding 1 Toetsen
De namen voor de zwarte toetsen worden afgeleid van de namen van de witte toetsen,
maar dat leer je later.

Notenbalk

De noten worden opgeschreven op een notenbalk. Dit zijn 5 lijnen boven elkaar. De noten
zien eruit als bolletjes, soms met en soms zonder stokje eraan. Het bolletje van de noot op
de notenbalk bepaalt welke noot het is.
Afbeelding 2: 2 notenbalken met noten

Toonhoogte

De toonhoogte (welke noot het is) wordt dus bepaald door waar het bolletje van de noot op
de lijnen van de notenbalk staan. Je kunt ze op de lijnen, of tussen de lijnen van de
notenbalk zetten. Maar je kunt ze ook onder de notenbalk of erboven zetten. (zie afbeelding
2 en 3) Eén plaatsje hoger op de notenbalk is één witte toets hoger (= 1 naar rechts). Eén
plaatsje lager op de notenbalk is één witte toets lager (= 1 naar links)
Afbeelding 3: de 2 notenbalken vormen samen een doorlopend systeem met de
centrale c (met hulplijntje) in het midden.

Hulplijntje

Wanneer de noot geen raakvlak meer heeft met de notenbalk, gebruik je een hulplijntje. Dit
moet je zien als een uitbreiding van de notenbalk, het is een klein stukje van een
extra notenbalk lijn. Omdat meer dan 5 lijnen boven elkaar een onoverzichtelijk geheel
geeft, gebruiken we niet meer dan 5 lange lijnen. Maar komen we daarmee lijnen tekort,
dan gebruiken we dus een hulplijntje (zie ook afbeelding 2). We kunnen ook onder of boven
dat hulplijntje een noot schrijven en we kunnen er ook meerdere gebruiken om een hele
hoge of hele lage noot te noteren.

G sleutel

Een G sleutel (Afbeelding 3, links op de bovenste notenbalk) bepaalt waar de noot G wordt
geplaatst op de notenbalk. Waar deze sleutel begint, op de 2 e lijn van onderaf, is de lijn waar de G genoteerd wordt. Deze sleutel kun je herkennen aan de letter die erin verstopt zit: het is afgeleid van de letter G. Deze G sleutel wordt gebruikt voor de noten van de rechterhand bij piano en keyboard. Maar ook andere instrumenten maken gebruik van deze G sleutel. Bv. gitaar, dwarsfluit, viool. Deze G sleutel wordt ook wel vioolsleutel genoemd.

F sleutel

De F sleutel (Afbeelding 3, links op de onderste notenbalk) wordt gebruikt om de lagere noten te noteren. Omdat je lagere noten meestal met je linkerhand speelt, komt het er vaak op neer dat de noten voor de linkerhand op een notenbalk met deze sleutel genoteerd worden. Ook bij deze sleutel kun je met wat fantasie de letter F erin ontdekken. De puntjes veranderen in streepjes en de boog wat rechter maken en je hebt de letter F. Waar deze F sleutel begint, de 2 e lijn van boven, is de lijn van de F.

Doorlopend systeem

De 2 bovenstaande notenbalken met G en F sleutel zijn eigenlijk 1 doorlopend systeem met
de (centrale) C in het midden. De centrale C is de C die het dichtste in de buurt van het
midden van de piano zit. Op een keyboard is het meestal de derde c van links. Deze C wordt
genoteerd precies in het midden tussen de notenbalken met een hulplijntje. Als je pas begint met keyboard of piano spelen is dat de toets waar je beide duimen op zet.

Toonlengte

Hoe de noot eruitziet, bepaalt hoe lang hij klinkt. Hoe meer “versierselen” er aan een noot
zitten, hoe korter die duurt. Hieronder de meest gebruikte noten en rusten:

Maatstrepen

Een maatstreep is het verticale streepje wat over de notenbalk staat. Het vertelt je wanneer
er een nieuwe maat begint en waar je dus weer opnieuw met 1 begint te tellen.
Wanneer er 2 streepjes dicht naast elkaar staan die even dik zijn, noemen we dat een
dubbele maatstreep. Deze geeft aan dat er nieuw gedeelte in de muziek begint.
Een slotstreep is een dubbele maatstreep met een dunne en een dikke streep. Deze geeft
aan dat het muziekstuk daar is afgelopen.
Een dubbele maatstreep met 2 puntjes geeft aan dat het gedeelte tussen de puntjes
herhaald moet worden.

Tips voor oefenen

-Teken de G en de F sleutel een paar keer naar op notenbalk papier. (Heb je geen leeg
muziekpapier en geen zin om naar de winkel te gaan? Op internet kun je leeg muziekpapier
vinden. Sla de afbeelding op, open een word bestand en plaats de afbeelding erin. Nu heb je
muziekpapier wat je uit kunt printen.) Het zelf tekenen van de G en F sleutel, helpt je om te
onthouden waar de sleutels beginnen en waar de noten G en F geplaatst worden.

  • Schrijf zelf de noten C, D, E, F, G voor de rechterhand op
  • Schrijf zelf de noten F, G, A, B, C voor de linkerhand op
  • Zoek een eenvoudig liedje op en probeer daar zo vlot mogelijk de noten van op te lezen:
    Een c van 3 tellen, een g van 1 tel, enz.
  • Op www.musictheory.net kun je hele goede oefeningen vinden om het noten lezen te oefenen. Via internet is het gratis. Je kunt voor iPhone en iPad ook een app downloaden tegen een kleine vergoeding. Wil je nog meer leren over noten lezen? klik hier

Veel studeerplezier en graag tot volgende week!

Anita Delfos

Website: www.muziekstudio-legato.nl
E-mail: info@muziekstudio-legato.nl

Image courtesy of admin | Noordkop Actueel

Gerelateerde berichten

Leave a Comment

%d bloggers liken dit: