woensdag, mei 18, 2022
HomeKerkenCDA roept Provinciale Staten en GS ter verantwoording

CDA roept Provinciale Staten en GS ter verantwoording

De laatste tijd heeft u ongetwijfeld veel gelezen over windmolens. De provincie heeft twee locaties aangewezen in Koggenland waar extra windturbines zouden moeten komen.

In 1996 is de Windmolennotitie Voor Wester-Koggenland aangenomen. In deze notitie is aangegeven dat er in Wester-Koggenland 2 plekken zijn die in aanmerking komen voor windturbines. Die plekken zijn: langs de Jaagweg (7 windmolens) en bij Oudendijk (6 windmolens).

In het bestemmingsplan Landelijk gebied wat in 2013 is vastgesteld is besloten dat in Koggenland, dus voormalige gemeente Obdam en Wester-Koggenland, de bestaande parken opgewaardeerd mogen worden, als daarom gevraagd zou worden. Nieuwe locaties zijn uitgesloten. Het bestemmingplan Landelijk gebied is goedgekeurd door de provincie.

Op het ogenblik wordt door de windturbines in Koggenland voldoende elektriciteit opgewekt om in de elektriciteitsbehoefte van Koggenland te voorzien(voor ongeveer 9000 huishoudens).

Dit heeft geresulteerd in het besluit van de gemeente om geen nieuwe windturbines toe te staan in Koggenland.

uitgesproken tegen extra windturbines (zie ook ons verkiezingsprogramma).

De enige mogelijkheid voor de opwekking van nog meer duurzame energie die Koggenland haalbaar acht is zonne-energie. Zonne-energieprojecten kunnen gerealiseerd worden op het eigen dak van een particulier of bedrijf. Koggenland heeft in 2014 ook ingezet op zonneweiden (collectief zonne-energieproject). Hiervoor zijn 2 locaties in beeld, één bij de composteringsinstallatie aan de Teding van Berkhoutweg en één naast de Waterberging aan de Braken in Obdam. Over de weides is de gemeente in onderhandeling met de Provincie. In de zonneweiden kunnen bewoners deelnemen uit hetzelfde postcodecirkels.

In de maand juni van 2014 werd bekend dat de Provincie bezig was met het aanwijzen van nieuwe locaties voor windturbines in West-Friesland. Voor Koggenland kwam dit als een donderslag bij heldere hemel. Er was hiervoor geen enkele vorm van vooroverleg geweest. Daarom is in de raadsvergadering van 30 juni 2014 besloten om een motie in te dienen tegen extra windturbines

(motie windturbines in Koggenland). Deze motie is unaniem aangenomen.

In de motie werd aangegeven dat het College van B en W van Koggenland alles in het werk zou stellen om de komst van windturbines tussen Berkhout en Bobeldijk tegen te houden.

Op basis van door de gemeente uitgevoerde onderzoeken, zoals bijvoorbeeld naar omgevingsgeluid, is bij de provincie bezwaar aangetekend tegen de komst van de nieuwe windmolens. Dit bezwaar is verworpen.

Hoe kan het nu dat Koggenland met de komst van extra windturbines wordt geconfronteerd?

Als uitgangspunt geldt dat de overheid heeft bepaald dat in 2020 14% van de Nederlandse energieproductie duurzaam moet zijn opgewekt. Windenergie op land en windenergie op zee leveren beide een belangrijke bijdrage om dat doel te bereiken. Dit staat beschreven in het Energieakkoord. In 2020 moeten alle windmolens op het land een gezamenlijk vermogen hebben van 6000 megawatt. In maart 2014 stonden er 1783 windturbines in Nederland met een vermogen van 2500 megawatt. Er moet dus nog ongeveer 4000 megawatt bijgebouwd worden. Rijk en Provincies hebben afspraken gemaakt hoe zij deze doelstelling gaan halen. In structuurvisies wijst het kabinet 11 gebieden aan die het meest geschikt zijn voor grote windmolenparken. (minimaal 100 megawatt) Het meest nabijgelegen park voor Koggenland is de Wieringermeer. In deze gebieden waait het relatief vaak en hard en betreft het relatief dunbevolkte gebieden. De andere gebieden zijn: Eemshaven, Delfzijl, Veendam, Drentse Veenkolonien, IJsselmeer-Noord, Flevoland, Noordoostpolderdijk, Rotterdamse haven, Goerree-Overflakkee en Krammersluizen. Hiervoor geldt de Rijkscoördinatieregeling. Eind 2012 is er een overeenkomst gesloten over de verdeling over de 12 provincies.

Windmolenparken onder de 100 megawatt zijn een verantwoordelijkheid voor de provincies en gemeenten.

Op 12 november 2013 is in de Gedeputeerde Staten voor Noord-Holland het besluit herstructurering wind op land aangenomen. Dit houdt in dat 685,5 Mw in 2020 uit windenergie moet komen. Op het ogenblik wordt zo’n 350 Mw opgewekt door windturbines. Het Rijk heeft de Wieringermeer een taak van 250 Mw gegeven dus blijft over ongeveer 100 Mw over resterende lokaties in Noord-Holland. (zie kaartje). De provincie zet in op 105,5 megawatt als aanvullende opgave (juni 2013).

Om die 105,5 megawatt te realiseren is het “Ontwerpplan herstructurering Wind op land” aangenomen.

Uitgangspunten in het ontwerpplan zijn:

  1. Bouwen en opschalen, voor 2 oude windmolens mag er 1 teruggebouwd worden.
  2. De windmolens moeten in lijn staan met een minimum aantal van 6.
  3. De molens moeten dezelfde draairichting hebben.
  4. De windturbines moeten dezelfde verschijningsvorm hebben.
  5. De ashoogte mag maximaal 120 m zijn.
  6. De rotordiameter = ashoogte met een afwijking van 10%.
  7. De afstand tot bebouwing is minimaal 4 x de ashoogte en minimaal 300 meter van een gevoelige bestemming af.
  8. Windturbines mogen niet in vogelleefgebiden, EHS en Ecologische verbindingszones staan. Ook niet in gebieden als aardkundige monumenten en Unesco gebieden en Nationale Landschappen.

 

De provincie stelt ook voor om een Windbank te maken, hierbij wordt een soort windrecht voor de eigenaar gemaakt. Het kan zo zijn dat zijn/haar windturbine bij een herstructurering op een andere locatie wordt teruggebouwd, rechten zijn verhandelbaar.

In Noord-Holland zijn nu 330 windturbines met een vermogen van 343 megawatt. De doelstelling is dat de 105,5 megawatt aanvulling uit sanering van oude (bestaande) windmolens komt.

De windturbines bij Oudendijk komen niet meer terug bij sanering volgens de Provincie. Het verzoek is aan de exploitant om bij sanering deel te nemen in de voorgestelde projecten. Maar de sanering van windturbines is op het ogenblik niet juridisch afdwingbaar.

Thans (november 2014) is de provincie bezig met het ontwerpprojectplan. De provincie werkt samen met gemeenten (verantwoordelijk voor de omgevingsvergunning). Een aantal uitgangspunten zijn opgenomen in de PVRS (Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie).

Windenergie is in Nederland één van de goedkoopste vormen van duurzame energie, daarnaast is er de opwekking met zonne-energie en waterkracht. Ook draagt windenergie bij aan de vermindering van C02 uitstoot. Wind energie op land is wel duurder dan elektriciteit opgewekt door gas en steenkool.

De uitvoering van de windturbineparken valt onder de Crisis- en herstelwet.

De wet stimuleert om geplande bouwprojecten in crisistijd naar voren te halen en uit te voeren. De wet stimuleert ook om vernieuwende en duurzame projecten uit te voeren. De CHW zorgt ervoor Uiteindelijk als doel dat ruimtelijke plannen sneller uitgevoerd worden door kortere (aanvraagprocedures).

Tot zover de aanleiding voor de plannen voor het extra windturbinepark tussen Berkhout en de Bobeldijk.

Het is nu aan de politiek van Koggenland om alle mogelijkheden aan te grijpen om realisatie van deze extra windturbines te voorkomen.

Als extra punt is ingebracht dat het niet meer dan normaal is dat de Provincie in overleg gaat met de gemeente Koggenland. Het opwaarderen van de andere parken is wellicht een mogelijkheid om de doelstelling te bereiken in het energieakkoord.

Ook is onlangs de verantwoordelijke gedeputeerde, dhr. Talsma, uitgenodigd om een toelichting te geven over de plannen.

Binnen de gemeentelijke commissie grondgebied van 1 december zal ongetwijfeld met de andere politieke partijen in Koggenland gesproken worden over verdere mogelijkheden ter voorkoming van dit windturbineplan.

Binnen de provincie wordt er op een aantal momenten nog gesproken over het onderwerp:

24 november Commissie R&M. (openbaar)

2 december vaststellen stukken van GS.

11 december bespreking stukken in Commissie R&M.

15 December wordt het plan vastgesteld in P.

Als gemeente Koggenland is het niet mogelijk om in dit proces (crisis en herstelwet) bezwaar te maken als Provinciale Staten op 15 december wel besluit tot realisering. Alleen belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen het Provincial InpassingsPlan (PIP) in de structuurvisie van de Provincie.

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Meest Populair

Recente Commentaren

%d bloggers liken dit: